'Cultureel erfgoed' is in de laatste tien jaar een kernbegrip geworden in ons politieke en maatschappelijke bestel. Het motiveert velen – van wetenschappers tot monumentenzorgers, van restauratoren tot subsidiënten – om aan de slag te gaan. Eigenlijk is dat heel bijzonder in een tijd, die volgens velen wordt gekenmerkt door tomeloze dynamiek en door een zelfgenoegzaamheid waarbij men zich gedraagt alsof men alles aan zichzelf te danken heeft.
Toch wordt steeds meer aandacht en geld besteed aan het eerbiedig bewaren van wat het verleden heeft overgeleverd. Soms bevangt mij de angst, dat een toekomstige generatie zich gaat afvragen, waarom wij in vredesnaam zoveel bewaard hebben. Daarom is het van wezenlijk belang, dat nu zoveel mogelijk mensen leren beseffen, dat wij zonder dat culturele erfgoed onze worteling in dit land zullen kwijtraken. Die boodschap moeten zij aan hun kinderen willen doorgeven.
Toen ik in 1989 in het Rijksmuseum ging werken bestond slechts 15 % van het aantal bezoekers uit Nederlanders. Dat waren er veel te weinig om als maatschappelijk draagvlak te kunnen dienen, om het grootste monument van cultureel erfgoed in ons land op den duur behoorlijk in stand te kunnen houden. Ik ben toen met het programma 'Museumschatten' op de televisie verschenen om te proberen meer landgenoten voor het gebouw en zijn unieke spullen te interesseren. Dat bleek gelukkig te werken.
Bewaren is mooi en liefde voor cultureel erfgoed is prachtig, maar het belang van bewaren moet door nog veel meer Nederlanders beseft worden dan nu het geval is en de liefde voor cultureel erfgoed moet door zoveel mogelijk Nederlanders worden gedeeld. Anders zal die bewaarlust beperkt blijven tot een elite van cultuurliefhebbers en bestuurders en zal deze op den duur plaatsmaken voor nieuwe trends en aandachtsgebieden. Zonder intensief streven naar brede maatschappelijke verankering heeft monumentenzorg weinig zin.
Daarom is de televisieserie 'Restauratie' van de BankGiro Loterij, Endemol en de AVRO een geweldig initiatief, omdat het erop is belangrijke monumenten te bewaren voor het nageslacht. Niet alleen worden substantiële bedragen ter beschikking gesteld, maar tegelijkertijd geeft men aan honderdduizenden Nederlanders het gevoel dat zij bij de restauratieprojecten betrokken zijn, ja dat zij zelf de eigenlijke subsidiegevers zijn.
Ook het uitgangspunt van het programma spreekt mij bijzonder aan. Hier heeft elk monument zijn verhaal, en monumenten zijn fantastische vertellers! Wie in de ogen van al die kijkers het beste verhaal heeft verteld, krijgt het geld. Als ooit duidelijk is gemaakt, dat monumenten geen lege hulzen zijn, maar zijn gevuld met verhalen uit een rijk verleden, dan is het wel door dit programma. Ik hoop dat het programma Restauratie zal bijdragen tot een grotere belangstelling voor ons cultureel erfgoed en een brede en blijvende waardering voor onmisbare organisaties als de BankGiro Loterij.
Henk van Os
Hoogleraar Universiteit van Amsterdam
Ambassadeur BankGiro Loterij