Vergunning BankGiro Loterij 2015/2016

Besluit van de raad van bestuur van de kansspelautoriteit van 25 november 2014, kenmerk 8788, inzake de verlening van een vergunning tot het organiseren van de bankgiroloterij.

Op grond van de artikelen 3 en 5 van de Wet op de kansspelen (hierna: de wet) en het Kansspelenbesluit verleent de raad van bestuur van de kansspelautoriteit (hierna: de Kansspelautoriteit) aan de BankGiro Loterij N.V., gevestigd te Amsterdam met KvK-nummer 41126590 (hierna: de vergunninghouder), een vergunning voor de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2016.

Aan deze vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden. De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de naleving ervan, zowel door hemzelf als door degenen die hij bij het organiseren van de kansspelen inschakelt, hetzij direct, hetzij indirect.

A. Bestuursstructuur

A.1 De vergunninghouder is verplicht de Kansspelautoriteit onmiddellijk te informeren als niet langer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • de vergunninghouder ontplooit zijn activiteiten met inachtneming van de statuten d.d. 8 januari 2008;
  • de Holding Nationale Goede Doelen Loterijen N.V. (hierna: de Holding), gevestigd te Amsterdam met KvK-nummer 34208105, is enig aandeelhouder van de vergunninghouder;
  • de Stichting Aandelen Nationale Goede Doelen Loterijen (hierna: de Stichting), gevestigd te Amsterdam met KvK-nummer 34208098. is enig aandeelhouder van de Holding;
  • de Holding en de Stichting staan in voor de nakoming van alle uit deze vergunning voortvloeiende verplichtingen.

A.2 De vergunninghouder is verplicht het onder deze vergunning vergunde kansspel aan te bieden met inachtneming van:

  • het deelnemersreglement versie geldend per 1 januari 2015;
  • het financieel reglement versie geldend per 1 januari 2015;
  • de trekkingsprocedure versie geldend per 1 januari 2015;

Gebruik van andere reglementen of een andere trekkingsprocedure is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Kansspelautoriteit.

A.3 De kansspelautoriteit kan in uitzonderlijke gevallen en na voorafgaand overleg met de vergunninghouder, de vergunninghouder aanwijzingen geven met betrekking tot de reglementen en de trekkingsprocedure. De vergunninghouder is verplicht deze aanwijzingen op te volgen.

B. Aangeboden kansspel

B.1 De vergunninghouder mag uitsluitend loterijen aanbieden waarbij het lotnummer is gebaseerd op een nummer van een bestaande bank- of girorekening.

B.2 De vergunninghouder mag onder deze vergunning ten hoogste aanbieden:

  • twaalf maandelijkse loterijen per jaar, waarbij ten hoogste per maand één hoofdtrekking en vier of vijf wekelijkse trekkingen gedurende de betrokken maand plaatsvinden; en
  • vier buitengewone loterijen per jaar, waarbij per loterij ten hoogste één trekking mag plaatsvinden.

B.3 De vergunninghouder mag ten hoogste 8 miljoen loten per loterij verkopen.

B.4 De vergunninghouder mag de loten uitsluitend verkopen tegen de in het deelnemersreglement vermelde nominale waarde die niet hoger mag zijn dan 30 euro per lot.

B.5 De vergunninghouder mag de loten verkopen zowel via losse verkoop als via abonnementen, en zowel via fysieke verkooppunten als langs direct elektronische weg.

B.6 De vergunninghouder mag op basis van deze vergunning geen prijzen uitloven of uitkeren buiten de in deze vergunning genoemde trekkingen.

C. Afdracht ten behoeve van het algemeen belang

C.1 De vergunninghouder is verplicht om, gerekend over een kalenderjaar, ten minste 50% van de nominale waarde van de verkochte loten af te dragen ten behoeve van het algemeen belang.

C.2 De vergunninghouder mag uitsluitend afdragen in de vorm van structurele of incidentele uitkeringen aan instellingen werkzaam op één of meer van de volgende doeleinden van algemeen belang, overeenkomstig het bepaalde in het financieel reglement van de vergunninghouder:

  • gezondheid;
  • internationale hulp;
  • kunst / cultuur;
  • maatschappelijk / sociaal;
  • milieu, natuur en dieren;
  • sport en recreatie.

C.3 De vergunninghouder is verplicht de afdracht uiterlijk drie maanden na afloop van elk kalenderjaar te doen plaatsvinden.

C.4 De vergunninghouder mag uitsluitend de kosten maken die rechtstreeks verband houden met het organiseren van het kansspel waarvoor deze vergunning is verleend en die gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Teneinde deze kosten te beperken is de vergunninghouder verplicht de onder de vergunning georganiseerde loterijen op doelmatige en doeltreffende wijze te exploiteren.

C.5 De vergunninghouder dient eventuele provisie aan verkopers van deelnemingsbewijzen te beperken tot ten hoogste 10% van de nominale waarde van de door hun bemiddeling geplaatse deelnemingsbewijzen.

D. Bescherming van consumenten

D.1 De vergunninghouder mag geen personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt (hierna: minderjarigen) als deelnemer toelaten. Als een minderjarige een prijs wint, mag de vergunninghouder deze prijs niet uitkeren.

D.2 De vergunninghouder is verplicht deze vergunning en zijn statuten en reglementen via zijn website openbaar te maken en desgevraagd ter beschikking van de deelnemers te stellen.

D.3 De vergunninghouder is verplicht de speler duidelijk, volledig, en op niet tot misvatting aanleiding gevende wijze te informeren over de rechten en plichten die samenhangen met deelname aan de kansspelen waarvoor deze vergunning is verleend. Verder dient de vergunninghouder op alle loten en publicaties, voor zover praktisch mogelijk, duidelijk te vermelden:

  • zijn naam en het (e-mail)adres, website en/of telefoonnummer waarop inlichtingen verkrijgbaar zijn;
  • de in de vergunning aangegeven doeleinden van algemeen belang waarvoor het kansspel wordt georganiseerd;
  • het aantal loten in de loterij en de nominale waarde van een lot;
  • de plaats en het tijdstip van de trekking(en).

D.4 De vergunninghouder is verplicht aan de uitslag van de trekking(en) een zodanige bekendheid te geven dat de deelnemers op eenvoudige wijze kennis kunnen nemen van de uitslag.

D.5 De vergunninghouder is verplicht prijzen (eventueel na inhouding van kansspelbelasting) zo spoedig mogelijk aan winnaars uit te keren, en hiervoor voldoende financiële middelen ter beschikking te houden. De termijn waarbinnen de winnaars hun prijs kunnen claimen moet ten minste een jaar na de trekking bedragen.

D.6 De vergunninghouder is verplicht om alleen te trekken uit verkochte, gewonnen, en gratis verstrekte loten.

E. Toezicht en controle

E.1 De vergunninghouder is verplicht de kwaliteit van de vergunde kansspelen te handhaven en te waarborgen, zowel qua product als qua proces als qua organisatie, met name met het oog op het voorkomen van alle situaties die het vertrouwen van de consument in de vergunde kansspelen kunnen schaden (hierna: incidenten). De vergunninghouder is in ieder geval verplicht:

  • te beschikken over procedures en maatregelen met betrekking tot de omgang met, en de vaststelling van, incidenten;
  • de Kansspelautoriteit onmiddelijk te informeren als zich een incident voordoet;
  • naar aanleiding van een incident maatregelen te nemen die zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico's en het voorkomen van herhaling.

E.2 De vergunninghouder is verplicht een afzonderlijke, overzichtelijke en doelmatige administratie te voeren van de afzonderlijke onder deze vergunning georganiseerde loterijen. De Kansspelautoriteit kan aanwijzingen geven met betrekking tot de inrichting van deze administratie.

E.3 De vergunninghouder is verplicht alle trekkingen in het openbaar te laten plaatsvinden in tegenwoordigheid van een notaris die het verloop van de trekkingen bij proces-verbaal constateert. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van een trekking in het buitenland en uitsluitend na voorafgaande schriftelijke toestemming van de Kansspelautoriteit. Als de notaris enige onregelmatigheid constateert en een trekking ongeldig verklaart, is de vergunninghouder verplicht onverwijld een vervangende trekking te laten plaatsvinden.

E.4 De vergunninghouder is verplicht de niet-verkochte fysieke loten vóór de trekking ter vernietiging in te leveren bij de notaris die het verloop van de trekking bij proces-verbaal constateert. Het aantal niet-verkochte loten wordt in het proces-verbaal genoteerd.

E.5 De vergunninghouder is verplicht om de mechanische, elektrische en elektronische processen die gebruikt worden bij de deelneming, prijsbepaling en vaststelling van de winnaars te onderwerpen aan:

  • voorafgaande goedkeuring door een keuringsinstelling, en
  • periodieke controle door een keuringsinstelling of EDP-auditor.

De keuze voor een bepaalde keuringsinstelling of EDP-auditor behoeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Kansspelautoriteit.

E.6 De vergunninghouder is verplicht binnen vier maanden na afloop van elk kalenderjaar de rapportages met betrekking tot de bovengenoemde goedkeuring en periodieke controle aan de Kansspelautoriteit te zenden.

F. Rapportage en verslaglegging

F.1 De vergunninghouder is verplicht binnen een maand na afloop van elk kwartaal een verslag aan de Kansspelautoriteit te zenden betreffende het financiële verloop en andere door de Kansspelautoriteit noodzakelijk geachte gegevens.

F.2 De vergunninghouder is verplicht een jaarrekening en een jaarverslag op te stellen die voldoen aan de eisen gesteld in Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek.

F.3 De kwartaalrapportages, de jaarrekening en het jaarverslag moeten voldoen aan het 'Rapportagevoorschrift inzake kwartaalrapportages, jaarverslag, en jaarrekening versie 1'. De vergunninghouder kan de jaarrekening en het jaarverslag laten opstellen door de Holding.

F.4 De vergunninghouder is verplicht de jaarrekening en het jaarverslag vergezeld te doen gaan van een onderzoeksverslag omtrent de naleving van de vergunningsvoorschriften en een verklaring zoals bedoeld in artikel 393, vierde en vijfde lid, boek 2 BW, omtrent de getrouwheid van de jaarrekening en het jaarverslag, opgesteld door een accountant die op basis van artikel 36 van de Wet op het accountantsberoep is ingeschreven in het accountantsregister.

F.5 De vergunninghouder is verplicht binnen vier maanden na afloop van elk kalenderjaar het jaarverslag, de jaarrekening, de door een accountant opgestelde verklaring alsmede het accountantsverslag waarin wordt gerapporteerd over de naleving van de vergunningsvoorschriften aan de Kansspelautoriteit te zenden.

G. Overig

G.1 De vergunninghouder is verplicht de vergoeding bedoeld in artikel 3a van het Kansspelenbesluit binnen vier weken na aanvang van een kalenderjaar te betalen aan de Kansspelautoriteit.

G.2 Deze vergunninghouder mag aan zijn afdrachten niet de voorwaarde verbinden dat de begunstigde instellingen wervings- of reclameactiviteiten ontplooien voor de vergunninghouder.

G.3 Deze vergunninghouder mag, gerekend over een kalenderjaar, ten hoogste 20% van de afdracht ten goede laten komen aan instellingen als bedoeld in punt C.2, waarbij deze als tegenprestatie goederen of diensten ter beschikking stellen die door de vergunninghouder als prijzen kunnen worden gebruikt.

 De raad van bestuur van de kansspelautoriteit,
J.J.H. Suyver

 

Voorzitter